• Header 1 Wintertarwe Oldambt

WINTERTARWE

Wintertarwe (triticum aestivum)

Wintertarwe wordt vanaf september gezaaid tot in de winter. Tarwe heeft zijn oorsprong in het Midden-Oosten en Ethiopië. Het is reeds lang in cultuur en verworden tot een zeer belangrijk graangewas in de menselijke consumptie en in de diervoeding.

Tarwe kan afhankelijk van het ras worden gebruikt voor brood (maal- en baktarwe), biscuittarwe en voertarwe. Daarnaast zijn enkele rassen zijn ook geschikt voor het brouwen van tarwebier.

Wintertarwe is het grootste graangewas in Nederland. Tarwe wordt geteeld op klei- en zandgronden. Vooral op kleigronden is wintertarwe een vast onderdeel in het bouwplan. Het areaal in Nederland is ongeveer 120.000 hectare.

Wintertarwe heeft een vernalisatieperiode nodig om tot aarvorming en bloei te kunnen overgaan. Een vernalisatieperiode is een koude behoefte gedurende een bepaalde tijd. De zaaizaadhoeveelheid die worden gebruikt variëren van 160 kg tot 230 kg per hectare. De hoeveelheid is afhankelijk van de bodemgesteldheid op het moment van zaai en zaaitijdstip. De oogst van wintertarwe is vanaf eind juli tot in de maand augustus.  De opbrengst kan in de praktijk oplopen tot meer dan 11 ton per hectare.