Suzanne staat op de Aanbevelende Rassenlijst van Nederland, België en Frankrijk.
Suzanne combineert goede stro-opbrengsten met een hoog vezelgehalte.
Relatieve opbrengsten van Suzanne:
(gemiddelde ten opzichte van standaardrassen 2004 t/m 2011)
|
Eigenschap (rel) |
Suzanne |
|
Totale lengte |
98 |
|
Technische lengte |
98 |
|
Stro-opbrengsten |
100 |
|
Vezelgehalte |
102 |
|
Vezelopbrengst |
102 |
|
Zaadopbrengst |
99 |
Bron: CSAR Aanbevelende Rassenlijst 2013
Agronomische eigenschappen van Suzanne
(gemiddelden 2004 t/m 2011)
|
Eigenschap |
Suzanne |
|
Vroegheid ontwikkeling |
7,0 |
|
Vroegheid bloei |
6,5 |
|
Stevigheid |
6,5 |
|
Vroegrijpheid stengel |
7,0 |
|
Vroegrijpheid bol |
7,5 |
|
Resistentie tegen Brand |
5,0 |
|
Resistentie tegen Fusarium |
9,0 |
Bron: CSAR Aanbevelende Rassenlijst 2013
Teeltbeschrijving
Zaaizaadhoeveelheid
Om een goede vezelkwaliteit te verkrijgen is een regelmatige standdichtheid van groot belang. Om dit te bereiken is een optimale plantdichtheid van 2000 planten per m2 gewenst.
|
DKG |
Goede omstandigheden |
Gemiddelde omstandigheden |
Slechte omstandigheden |
|
50 gr. |
100 kg / ha |
103 kg / ha |
105 kg / ha |
|
55 gr. |
110 kg / ha |
113 kg / ha |
116 kg / ha |
|
60 gr. |
120 kg / ha |
124 kg / ha |
126 kg / ha |
|
65 gr. |
130 kg / ha |
134 kg / ha |
136 kg / ha |
Bij een relatief late uitzaai (na half april), moet rekening worden gehouden met een lagere zaaizaadhoeveelheid om legering te voorkomen (± 5%).
Stikstofbemesting
Een goede voorvrucht voor de teelt van vlas zijn de (winter) granen. Deze laten over het algemeen een lage bodemvoorraad na. Het algemene stikstofadvies voor de jonge zeeklei van de Flevopolders is: 60 kg N – bodemvoorraad (maximale gift 30 kg N / ha). Voor oude, zware gronden geldt een hogere adviesgift van 75 kg N/ ha – bodemvoorraad (maximale gift 45 kg N / ha). Op gronden met een sterke mineralisatie en een hoog organisch stof gehalte dient minder N gestrooid te worden.
Mocht het gewas echter te schraal opgroeien, dan kan een extra N gift via bladbemesting worden uitgevoerd.
Groeiregulatie:
Door een bespuiting met CERONE (werkzame stof: ethefon) in vlas kan legering worden voorkomen, wanneer het gewas te weelderig groeit.
Het beste tijdstip is als het vlas een hoogte van 35-45 cm heeft bereikt. Aanbevolen wordt geen bespuiting uit te voeren bij scherp drogend weer i.v.m. kans op bladverbranding. Bij voorkeur toepassen bij een bedekte lucht of in de late namiddag op een droog gewas als niet direct regen wordt verwacht.
Wanneer het gewas niet al te zwaar dreigt te worden kan met 1 liter per ha worden volstaan. Voor zware gewassen wordt 1,5 liter per ha aanbevolen in minstens 600 liter water.
Insectenbestrijding
Het is belangrijk om uw gewas vooral in het jonge plant stadium regelmatig te controleren op insectenschade (thrips en aardvlooien). Raadpleeg uw teeltadviseur voor de juiste bestrijding.
De bovenstaande richtlijnen zijn slechts algemeen. Voor specifieke teeltadviezen raadpleeg uw lokale teeltbegeleider.
Hoewel elke voorzorg is genomen om betrouwbare en accurate adviezen te verstrekken, kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend aan dit schrijven.
Downloads bij deze pagina