• Sfeerbeeld 1

Otto

Otto

Otto is een meerrijige wintergerst.

Het is een kort en weinig legeringsgevoelige wintergerstras.

Het ras heeft prima resistenties tegen roest, bladvlekken- en netvlekkenziekte. Gedurende het groeiseizoen is extra controle op meeldauw gewenst.

Het ras is resistent tegen het gerstvergelingsmozaïekvirus type 1 en 2. Het ras komt vrij vroeg in de aar en is in de afrijping gemiddeld.

Otto geeft hoge opbrengsten.

Kwaliteit

Otto is een voergerst met een gemiddeld HL-gewicht en een gemiddeld iets lager eiwit %.

Otto in cijfers 

Landbouwkundig 
Wintervastheid6,5
Lengte stro 
Stevigheid stro7
Vroegheid aar7
Vroegrijpheid7,5
  
Resistentie tegen 
Meeldauw5,5
Netvlekkenziekte7,5
Rynchosporium bladvlekkenziekte8
Dwergroest7,5
Virustype BaYMV 1R
Virustype BaYMV 2R
  
Kwaliteit 
DKGgemiddeld
Korrels/Aarhoog
Eiwit % 
Classificatie: meerrijigvoer

Bron: Wiersum Plantbreeding BV

Teeltbeschrijving

Zaaizaadhoeveelheid

Bij een meer-rijige wintergerst is 290- 330 kiemkrachtige zaden per m2 gewenst. Dit is voldoende voor de vorming van 450-550 halmen per m2. De zaaizaadhoeveelheid is doorgaans 120-160 kg per hectare.

Groeiregulatie

Om de maximale opbrengstpotentie te bereiken onder high-input omstandigheden is een gestructureerde toepassing van een groeiregulator (Medax Top of  Moddus) gewenst. Een eerste toepassing als de eerste knoop goed voelbaar is (Zadoks GS 31). Bij een hoge standdichtheid, zware gewassen en/of goede bemesting gevolgd door een tweede toepassing (bv met ethefon (Yatze) of een andere halmverkorter) (Dit geldt als algemene richtlijn). N.B. Moddus is niet toegelaten in zaaizaadvermeerdering.

Ziekteresistenties                                                                                                  

Otto heeft prima ziekteresistenties. Om een maximale opbrengst te verwezenlijken is een optimale ziektebestrijding gewenst. Een bespuiting tegen afrijpingsziekten is zelfs voor rassen met een hoog resistentie niveau lonend.

Stikstofbemesting

De hoogte van de stikstofbemesting is in sterke mate bepalend voor de uiteindelijke gewasproductie en de korrelopbrengst. Geef in het voorjaar 80 kg N / ha. Voor een tweede gift kan een hoeveelheid van 60 kg N / ha worden geadviseerd (Zadoks GS 31-32). Wanneer doorgaans meer dan 9 ton wintergerst wordt geoogst dan is een hogere N-gift ten zeerste gewenst (verruiming N-norm voor wintergerst 2015).

Mangaan

Wintergerst is gevoelig voor mangaangebrek. Een tekort aan mangaan komt voor op zowel zand- als kleigronden. Vooral op gronden met een relatief hoge pH-waarde. Voer daarom tijdig (preventief) een bespuiting uit. Een bespuiting met mangaan kan zowel in het najaar als in het voorjaar nodig zijn.

De bovenstaande richtlijnen zijn slechts algemeen. Voor specifieke teeltadviezen raadpleeg uw lokale teeltbegeleider.

Hoewel elke voorzorg is genomen om betrouwbare en accurate adviezen te verstrekken, kunnen op geen enkele wijze rechten worden ontleend aan dit schrijven.

Downloads